Een nieuwe rubriek op onze site, waarin we elke maand een onderdeel willen bespreken.
Deze 1e keer wil ik graag wat over de uitrusting van keepers vertellen.
Kleding
Draag lekker zittende kleding. Vooral als het kouder wordt warme en beschermende kleding. Tegen koude wind en regen is het raadzaam een windwerend hesje (plastieken overgooier) zonder mouwen te dragen onder je trui, eventueel een lange keepersbroek en uiteraard zijn ook goede handschoenen van groot belang. Ook deze moeten lekker zitten en zeker niet te groot zijn, want dan mis je weer het balgevoel.
Met de trainingen kan je eventueel een regenjack aandoen, maar verstandig is het wel om deze onder je trainingsjack aan te doen, daar je veelal de bal op je lichaam krijgt, de bal via een regenjack sneller doorglijdt, dan op een trainingsjack, zeker als het nat weer is. Zorg ook altijd dat je shirt goed in je broek zit (liefst een iets langer trainingsshirt) zodat je niet constant met een blote rug loopt en traint. Dit voorkomt vooral kou, maar nog meer rugklachten vanwege de kou, daar de spieren snel afkoelen zodra je even niets doet. In mijn periode had je van die trainingsoverals waarbij alles lekker gesloten zat en je rug altijd beschermd was. Alleen weet ik niet of deze nog in de handel zijn.
Schoeisel
Op grasvelden bij voorkeur voetbalschoenen met 6 afschroefbare noppen en geen vaste rubberen noppen. Dit voorkomt veelvuldig wegglijden en het voorkomt hierdoor blessures (vooral liesblessures)
Zeker als de velden weer natter worden en je de grip met je schoenen kwijt bent op een nat veld of in de modder. Zoals je weet zijn de doelgebieden veelal het slechtste stukje veld, met blubber, zand etc.etc. Doordat je dan, als je geen grip hebt, regelmatig wegglijdt, krijgt elke keer je spieren in de liesstreek een opdonder en dit wordt op den duur van kwaad tot erger met de gevolgen van een liesblessure, die zo 1,2,3 niet maar over is. Door goed schoeisel, zeker de onderkant, is dit te voorkomen en geef je een zeker gevoel in je keeperswerk, want uitglijden kan een tegendoelpunt betekenen.
Jeugdkeepers t/m de D-junioren kunnen altijd op rubbertjes spelen
Speel op kunstgrasvelden dan kan je op speciale astroturf schoenen spelen of zelfs op schoenen met rubberen nopjes.
Materiaal
Om blessures te voorkomen (vooral hand- en vingerblessures) moet men altijd zorgen voor goed opgepompte ballen. Zoek altijd een goed stuk veld voor de warming-up. Deze hoeft immers niet in het doelgebied plaats te vinden.
Er zijn een aantal belangrijke punten die men in de gaten moet houden:
* de keeper moet fit zijn.
* de keeper moet erg geconcentreerd bezig zijn.
* de keeper moet zelf graag willen.
* de keeper moet eerzuchtig zijn en de beste willen zijn.
* de keeper moet willen luisteren en wat aan willen nemen.
Als deze zaken bij een keeper aanwezig zijn, is het heerlijk samenwerken.
|