Keeperstraining is een vak appart!
De keeperstraining moet ten alle tijden serieus worden uitgevoerd. Zowel door de keeper als de keeperstrainer c.q. trainer.
Het is niet van een paar ballen op het doel schieten en dat is het. Nee, er zit veel meer achter!
De vraag is of men traint met jeugd- of met seniorenkeepers, amateurs of professionals. Voor elke categorie keepers is ook de training anders.
Voordat men begint aan de gerichte keeperstraining, moet men er voor zorgen dat de keepers over een zekere basisconditie beschikken. Deze conditietraining kan de keeper gedeeltelijk doen in de gemeenschappelijke training met de overige veldspelers.
Ook de gerichte keepers training dient altijd te worden begonnen met een warming-up. Deze bestaat uit wat lichte loopoefeningen gevolg door grondoefeningen zoals lenigheid, souplesse en afwikkeling.
Praat in de rustpauzes met de keepers veel over het keepersvak. Neem daarbij onderwerpen als de afgelopen wedstrijd, de komende wedstrijd, hoe de keeper het zelf ondervindt, hoe denkt de keeper over de trainingen, waar heeft de keeper behoefte aan.
Een goede band tussen de keeperstrainer en de keeper bevordert de training en werkt veel plezieriger.
Belangrijk is natuurlijk ook dat je als keepertrainer (of hoofdtrainer) je keeper analyseert via de wedstrijden waarin je hem ziet spelen. Als je met de keeper over de wedstrijd praat, dan moet je de wedstrijd natuurlijk wel gezien hebben, anders kom je ongeloofwaardig over.
Houd voor jezelf een soort dagboek bij, waarin je trainingen verwerkt, notities maakt, beoordelingscijfer geeft, de vorderingen noteert, zodat je altijd terug kan kijken naar wat je gedaan hebt, hoe en wat je getraind heeft enz. enz..
Tot de volgende keer
Piet Schrijvers
|